Inleiding

De niveautyperingen beschrijven de zwaarte van de verschillende niveaus en vormen het ‘wat’. De competenties beschrijven het ‘hoe’: de algemene vaardigheden en gedragingen die helpen bij het succesvol uitvoeren van een niveau.

Competenties zijn beschreven in kernmerken van gedrag. We maken daarbij gebruik van de competentieset van PiCompany en GiTP.

Het doel van dit competentiemodel is om jou te ondersteunen in jouw ontwikkeling. Naarmate je rol en niveau verandert, krijg je met andere contexten, problematiek en situaties te maken. Dit vraagt ook andere competenties van jou als persoon. Enerzijds komen er competenties bij, omdat je in nieuwe en andere situaties terecht zult komen. Anderzijds verschuiven er accenten, omdat er meer of andere dingen van jou gevraagd worden.

De competenties die zijn vastgesteld, geven een goed beeld van deze verschuiving. Dit dient als hulpmiddel om jouw eigen persoonlijke ontwikkeling vorm te geven. Maar uitputtend is het niet. Het competentiemodel van PiCompany/GiTP kent in totaal 43 competenties. De hier weergegeven competenties zijn een selectie die de niveaus binnen onze organisatie goed vertegenwoordigen.

Filter op niveautypering

{{selectedCategory.name}}

Competentiemodel

Onderstaand vind je het competentiemodel voor de verschillende niveaus. De niveaubepalende competenties zijn per niveau dikgedrukt.

 

Schaal
12 13 14 15 16 17
Luisteren 2 3 4
Initiatief 1 2 3
Mondelinge communicatie 2 3
Probleemanalyse 1 2 3 3 4 4
Resultaatgerichtheid 1 2 3
Klantgerichtheid 1 2 3 4 4
Overtuigingskracht 1 2 3
Flexibel gedrag 1 2 3 4
Organisatiesensitiviteit 1 2 3 4
Groepsgericht leidinggeven 2 3 4
Ondernemerschap 1 2 3
Impact 2 3 4
Visie 2 3
Niveau

Competentieniveaus

Iedere competentie kent vier competentieniveaus. De niveaus zijn afhankelijk van de mate waarin je op je eigen resultaten alleen moet sturen, dan wel ook aanspreekbaar bent op de resultaten van anderen in je omgeving. Grofweg zijn de competentieniveaus als volgt te interpreteren:

Niveau 1 (junior) Niveau 2 (junior-medior) Niveau 3 (senior – expert - leidinggevende) Niveau 4 (expert – leidinggevende)
Basaal effectief gedrag vertonen of effectief gedrag vertonen als de omgeving daartoe directe aanleiding geeft. Zelfstandig en op eigen initiatief effectief gedrag vertonen. Anderen in de directe werkomgeving tot effectief gedrag stimuleren, mede door het vertonen van voorbeeldgedrag. Anderen binnen de gehele organisatie tot effectief gedrag inspireren door het scheppen van randvoorwaarden en het vertonen van voorbeeldgedrag.

De competentieniveaus en de duiding junior t/m leidinggevende hebben betrekking op het gedrag dat bij de competentie hoort. Het kan dus voorkomen dat je op niveau 15 van de niveautypering te maken krijgt met een nieuwe competentie, waar op dat moment junior meesterschap voldoende is.

Competentiewissels

In het overzicht is te zien dat een aantal competenties na niveau 13 en 14 niet meer voorkomen, waar andere competenties juist beginnen bij niveau 14, 15 of 16. De verklaring hiervoor ligt in de niveautyperingen. Waar de aard van de werkzaamheden en het niveau veranderd, vraagt dit een aantal keer een andere competentie. Die wel in lijn ligt met de vorige, maar toch ander gedrag betekent en weer een nieuwe groei in competentieniveaus toelaat.

In onderstaande tabel vind je een verklaring van deze competentiewissels.

Was Wordt Rationale
Initiatief Ondernemerschap Switch van eigen initiatieven rondom het eigen werk naar initiatieven en ondernemerschap op klantniveau.
Mondelinge communicatie Flexibel gedrag Switch van eigen effectieve mondelinge communicatie naar stijl- en gedragsflexibiliteit bij verschillende gesprekspartners.
Luisteren Klantgerichtheid Switch van effectief luisteren naar de (klant)vraag naar het anticiperen van klantbehoeften en het challengen hiervan.
Resultaatgerichtheid Groepsgericht leidinggeven Switch van eigen resultaatgerichtheid naar het sturen en organiseren van resultaten van anderen.
Overtuigingskracht Organisatiesensitiviteit en Impact Switch van overtuigen op inhoud naar het herkennen van bredere structuren en sentimenten en het beïnvloeden en afdwingen van besluiten door stijlflexibiliteit, sensitiviteit en houding/gedrag.