Gedragsvoorbeelden algemeen
- Spreekt duidelijk en verstaanbaar.
- Praat rustig; gebruikt pauzes om op de reacties van de toehoorders te kunnen letten.
- Formuleert helder en duidelijk.
- Spreekt in begrijpelijke taal; gebruikt geen vaktaal of legt vaktaal uit.
- Gebruikt intonatie en lichaamshouding ter ondersteuning van wat hij wil zeggen.
- Toetst of de ander de boodschap heeft begrepen.
- Verheldert een probleem door een goed voorbeeld te geven.
- Past taalgebruik aan het publiek aan.
Gedragsvoorbeelden per niveau
Niveau 1
- Maakt in gesprekken correct gebruik van de taal.
- Herhaalt de boodschap zonodig in andere woorden.
Niveau 2
Past op eigen initiatief zijn/haar taalgebruik en toelichtingen aan de ander aan en ondersteunt boodschap met houding en gebaren.
- Scheidt hoofd- en bijzaken en deelt deze in een logische volgorde mee.
- Gebruikt woorden die de ander begrijpt, verheldert vaktaal of jargon.
Niveau 3
Stimuleert anderen in de directe werkomgeving om zich mondeling duidelijk uit te drukken, mede door het vertonen van voorbeeldgedrag.
- Geeft feedback en suggesties voor verbetering aan medewerkers/collega’s met betrekking tot hun mondelinge communicatie.
- Verlevendigt wat hij/zij zegt met gebaren, mimiek en intonatie.