Doel
Programmadoelstellingen realiseren door het aansturen en faciliteren van een samenhangend geheel van activiteiten en projecten binnen de afgesproken (strategische) kaders.
Verantwoordelijkheden
Richten en inrichten
- Het scopen van de opdracht op basis van visie, doelen en kaders.
- Het bereiken van shared understanding met stakeholders over de kaders van het programma en interne en externe afhankelijkheden, zoals randvoorwaarden, middelen, mogelijkheden en beperkingen. Resultaat is een afgestemde richting.
- Het bijsturen van de opdracht op basis van verwachtingen, risico’s, inzichten en voortgang.
- Het opstellen van plannen waarmee doelen behaald worden binnen de grenzen van de business case, het signaleren bij afwijkingen en het sturen van besluiten hierover.
- Het uitbreiden van de opdracht en/of dienstverlening door pro-actief met de klant haar bedrijfsdoelstellingen te evalueren en daarin (project)mogelijkheden aan te geven die de klantwaarde aantoonbaar verhogen.
Aansturen en faciliteren
- Het organiseren van de uitvoeringscontext op tactisch-strategisch niveau. Het resultaat is een adequaat ingericht programma.
- Het behalen van programmadoelstellingen binnen gestelde kaders.
- Het aanhaken, sturen en faciliteren van in- en externe stakeholders ten behoeve van het realiseren van de programmadoelstellingen.
- Het identificeren van en sturen op afhankelijkheden tussen samenhangende activiteiten en projecten, ten behoeve van het reduceren van complexiteit, het beheersen van risico’s en het oplossen van belemmeringen.
- Het maken van gedragen trade-offs met stakeholders en het sturen van besluitvorming binnen het programma. Resultaat zijn weloverwogen keuzes met draagvlak en het realiseren van gestelde programmadoelstellingen.
Rapporteren en communiceren
- Het uitdragen van doelstellingen en het motiveren van keuzes en kaders. Resultaat is begrip en draagvlak binnen en buiten de (programma)organisatie en stakeholders.
- Het toetsen in hoeverre aan vastgestelde kaders wordt voldaan. Resultaat is het rapporteren van voortgang aan stakeholders, het signaleren bij afwijkingen en/of het bijstellen van kaders en op basis van verkregen feedback.
Range
- De Program Manager valt typisch in de range van niveau 16-17.
- De Program Manager werkt zelfstandig en teamoverstijgend.