Gedragsvoorbeelden algemeen

  • Herkent patronen in gebeurtenissen, ziet verbanden en vooral ook verschillen tussen wat er op dit moment gebeurt en situaties die zich al eerder hebben voorgedaan.
  • Wijst op nieuwe problemen en nieuwe situaties die voor anderen nog niet zo duidelijk zijn.
  • Kent de relevante trends en ontwikkelingen binnen en buiten de eigen organisatie en het eigen beroep, en is zich bewust van de consequenties hiervan voor de eigen werksituatie.
  • Stemt plannen af op veranderingen en vernieuwingen, ook wanneer deze afkomstig zijn van buiten de eigen organisatie en/of het eigen beroep.
  • Weet uit praktijkervaringen kennis en trends te destilleren.
  • Legt meer het accent op mogelijkheden voor de toekomst dan op de beperkingen in het heden.
  • Komt met praktische strategieën voor de langere termijn.
  • Maakt zich los van de dagelijkse problematiek, neemt de tijd om vooruit te denken en geeft de grote lijnen aan.

Gedragsvoorbeelden per niveau

Niveau 1

Kent de strategie van eigen organisatie(onderdeel).

  • Kijkt ook naar de langere termijn gevolgen van voorstellen.
  • Geeft aan hoe de eigen activiteiten zijn afgeleid van de strategie van eigen organisatie(onderdeel).

Niveau 2

Doet op eigen initiatief voorstellen voor de visie en strategie van eigen organisatie(onderdeel).

  • Neemt (fysieke) afstand van de dagelijkse realiteit om na te denken over de toekomst van eigen organisatie(onderdeel).
  • Komt met strategieën voor de komende jaren waarin rekening is gehouden met externe ontwikkelingen.

Niveau 3

Stimuleert anderen in de directe werkomgeving tot het ontwikkelen van nieuwe visies en strategieën. Vertoont voorbeeldgedrag door een nieuwe visie en strategie voor eigen organisatie(onderdeel) te ontwikkelen en uit te dragen.

  • Betrekt de ideeën van medewerkers/collega’s bij de eigen ideeën over de te voeren visie en strategie van eigen organisatie(onderdeel).
  • Legt in de directe werkomgeving de visie en strategie van eigen organisatie(onderdeel) uit.