Gedragsvoorbeelden algemeen

  • Gebruikt voorbeelden te verduidelijking.
  • Hanteert correct taalgebruik (spelling, grammatica en/ of stijl) in brieven, notities, elektronische berichten, et cetera.
  • Schrijft teksten met een duidelijke opbouw (bijvoorbeeld: inleiding, uitwerking en conclusie).
  • Gebruikt in teksten korte en duidelijke zinnen, heeft weinig woorden nodig om iets duidelijk te maken.
  • Gebruikt woorden die te begrijpen zijn voor de lezer.
  • Legt afkortingen en vaktermen uit in een tekst.
  • Gebruikt in een tekst voorbeelden, metaforen en figuren om iets te verduidelijken.
  • Gebruikt in een tekst leestekens, zoals komma’s, opsommingstekens en kopjes, om de leesbaarheid te vergroten.

Gedragsvoorbeelden per niveau

Niveau 1
Schrijft foutloze teksten die helder zijn door opbouw, korte zinnen en lay-out.

  • Schrijft teksten met een duidelijke opbouw.
  • Gebruikt in teksten correcte spelling, grammatica en stijl.