Gedragsvoorbeelden algemeen

  • Communiceert het belang van het continu verbeteren van het prestatieniveau.
  • Grijpt in wanneer resultaten tegenvallen.
  • Zoekt naar methoden om efficiënter en effectiever te werken.
  • Praat in termen van resultaten bij vrijwel alle activiteiten.
  • Geeft aan: wat, wanneer, hoe goed en hoeveel.
  • Kan altijd laten zien tot welk resultaat zijn inspanningen hebben geleid.
  • Vraagt of benoemt na afloop van een overleg wat de afspraken zijn (wie doet wat en wanneer).
  • Werkt doelgericht en bewandelt geen zijpaden.
  • Zet zich na een tegenslag extra in zodat het resultaat toch nog behaald wordt.

Gedragsvoorbeelden per niveau

Niveau 1

Werkt doelgericht aan het binnen de daarvoor gestelde termijn behalen van afgesproken resultaten.

  • Houdt vol en behaalt het geplande resultaat.
  • Vraagt naar gewenste doelstellingen en resultaten.

Niveau 2

Stelt zelfstandig en op eigen initiatief ambitieuze doelen en realiseert deze.

  • Grijpt in wanneer resultaten dreigen tegen te vallen.
  • Doet voorstellen voor methoden die efficiënter of effectiever zijn.

Niveau 3

Stimuleert anderen in de directe werkomgeving om ambitieuze doelen te stellen en te realiseren, mede door het vertonen van voorbeeldgedrag.

  • Toetst bij medewerkers/collega’s periodiek de resultaten van hun activiteiten.
  • Stuurt bij indien het beoogde resultaat niet lijkt te worden behaald.

Niveau 4

Definieert heldere structuren, taakverdeling en procedures die effectiviteit en efficiency verbeteren.

  • Initieert veranderingen die een positieve bijdrage leveren aan de organisatieresultaten.

Â