Gedragsvoorbeelden algemeen

  • Formuleert concrete en meetbare doelstellingen voor zichzelf en voor anderen.
  • Schept randvoorwaarden om de zaken ordelijk en efficiënt af te werken.
  • Stelt relevante prioriteiten.
  • Werkt een realistisch actieplan uit, stelt een budget op, benoemt daarin de benodigde mensen, middelen, tijdspad, etc.
  • Houdt rekening met zaken die op de langere termijn spelen.
  • Schakelt anderen in, rekening houdend met hun bekwaamheid en interesse.
  • Past plannen aan wijzigende inzichten en omstandigheden aan, houdt daarbij de oorspronkelijke doelen voor ogen.

Gedragsvoorbeelden per niveau

Niveau 1

  • Organiseert en documenteert zijn werk zodanig dat hij en anderen zaken snel kunnen terugvinden.
  • Bepaalt in overleg met eindverantwoordelijke welke activiteit prioriteit heeft.

Niveau 2

  • Geeft in een planning aan wanneer en onder welke voorwaarden medewerkers/collega’s iets moeten opleveren.
  • Ontwikkelt vooraf oplossingen die mogelijke belemmeringen bij het bereiken van een doel wegnemen.

Niveau 3

  • Geeft tools en tips aan medewerkers/collega’s over hoe zij efficiënter met hun tijd om kunnen gaan.
  • Stemt werkzaamheden en planningen van diverse projecten/activiteiten op elkaar af.