Gedragsvoorbeelden algemeen

  • Legt helder uit waarom iets is gedaan of gedaan moet worden.
  • Uit zich enthousiast over een zaak.
  • Benoemt duidelijk de voordelen van eigen ideeën en benoemt wat de nadelen zijn als men niet instemt met die ideeën.
  • Krijgt zijn gehoor zo ver dat ze positief reageren op een moeilijk voorstel. Benoemt het gezamenlijk belang.
  • Komt met logische en relevante argumenten op het juiste moment.
  • Sluit met de eigen voorstellen en argumenten aan bij die van anderen en gebruikt op deze manier de argumenten van anderen om het eigen doel te realiseren.
  • Gaat strategisch om met argumenten. Let op de reacties van zijn publiek, stemt de inhoud en/of de volgorde waarin de argumenten worden gebracht af op het publiek.

Gedragsvoorbeelden per niveau

Niveau 1
Beargumenteert zijn/haar standpunt enthousiast, helder en logisch.

  • Laat blijken in het eigen standpunt te geloven.
  • Brengt zijn/haar argumenten gedoseerd naar voren.

 

Niveau 2
Verdiept zich in de ander en stemt zijn/haar argumentatie daarop af.

  • Geeft aan wat de voordelen van eigen standpunt voor de ander zijn.
  • Speelt tijdens zijn/haar argumentatie in op standpunten, belangen of voorkeuren van de ander.

 

Niveau 3
Stimuleert anderen in de directe werkomgeving om beter te argumenteren. Vertoont voorbeeldgedrag voor zich in anderen in de directe werkomgeving te verdiepen en zijn/haar argumentatie daarop af te stemmen.

  • Geeft medewerkers/collega’s tips om beter te argumenteren.
  • Anticipeert op standpunten, belangen of voorkeuren van anderen en sluit hier de eigen argumentatie op aan.

 

Niveau 4

Integreert in zijn argumentatie de belangen van allen die bij de eigen organisatie (onderdeel) betrokken zijn.

  • Maakt weerstanden bespreekbaar die in eigen organisatie(onderdeel) leven en buigt deze om.