Gedragsvoorbeelden algemeen

  • Formuleert voor de eigen functie jaarlijkse en tussentijdse doelen en gebruikt deze als rode draad in het dagelijks werk.
  • Stelt voor het eigen werk prioriteiten en werkt conform deze prioriteiten.
  • Maakt afspraken en plant deze in de agenda op datum en tijd.
  • Plant tijd voor voorbereiding en onverwachte zaken.
  • Maakt duidelijke, meetbare afspraken en komt deze ook na.
  • Maakt voor zichzelf een actieplan gericht op het behalen van een resultaat.
  • Documenteert zijn werk zo dat hij op verzoek van anderen informatie snel kan vinden.
  • Behoudt het overzicht over de zaken waar hij verantwoordelijk voor is.

Gedragsvoorbeelden per niveau

Niveau 1
Documenteert eigen werk en afspraken zodanig dat niet onnodig tijd en aandacht verloren gaat aan het houden van overzicht.

  • Plant gemaakte afspraken in agenda of organizer op datum en tijd.
  • Voert activiteiten op een ordelijke manier en in een logische volgorde uit.

 

Niveau 2
Clustert en prioriteert zelfstandig de eigen werkzaamheden met het oog op het efficiënt bereiken van de afgesproken doelstellingen.

  • Formuleert voor de eigen functie jaarlijkse en tussentijdse doelen en gebruikt deze als rode draad in het dagelijkse werk.
  • Combineert activiteiten die met elkaar samenhangen bij het plannen van zijn werkzaamheden.