Gedragsvoorbeelden algemeen

  • Kijkt op afstand mee, geeft assistentie en richting wanneer nodig.
  • Geeft grenzen aan, met consequenties.
  • Spreekt medewerkers aan op hun functievervulling.
  • Verlangt prestaties en communiceert dat duidelijk.
  • Stelt het aan de orde als prestaties of gedrag niet voldoen.
  • Bevordert de zelfstandigheid en zelfvertrouwen.
  • Toont aandacht voor goede prestaties van medewerkers.
  • Geeft feedback op het juiste moment.

Gedragsvoorbeelden per niveau

Niveau 1

Spreekt medewerkers/collega’s aan op hun bereikte resultaten.

  • Komt met oplossingen wanneer er problemen in de uitvoering van taken zijn.
  • Geeft opdrachten aan medewerkers/collega’s

 

Niveau 2

Geeft de grenzen/kaders aan waarbinnen iemand dient te functioneren.

  • Stuurt tussentijds bij wanneer de prestaties van medewerkers/collega’s achterblijven.
  • Geeft een medewerker/collega aan waar prioriteiten liggen.

 

Niveau 3

Maakt medewerkers/collega’s helder hoe zij zelf hun resultaten kunnen monitoren.

  • Geeft aan medewerkers/collega’s aan hoe hun individuele prestatie-indicatoren samenhangen met de doelen van eigen organisatieonderdeel.
  • Nodigt anderen uit tot het geven van feedback op zijn/haar manier van leidinggeven.

Â