Gedragsvoorbeelden algemeen

  • Herkent het moment waarop van stijl gewisseld moet worden omdat er weerstand is en wisselt dan ook van stijl.
  • Verandert van gedragslijn als het gewenste effect in gevaar is.
  • Wijzigt de eigen gedragslijn om zijn oorspronkelijke doelen te behalen.
  • Gebruikt zonodig verschillende communicatiestijlen.
  • Verandert onder (tijds)druk op praktische wijze van aanpak.
  • Laat meerdere stijlwisselingen zien, wanneer de situatie daar om vraagt.
  • Schakelt op tijd in leiderschapsstijl, wanneer daartoe aanleiding bestaat.
  • Hanteert bij het beïnvloeden van anderen verschillende aanpakken; bijvoorbeeld dwingen, vragen, uitleggen en samenwerken.

Gedragsvoorbeelden per niveau

Niveau 1

Laat verschillende gedragsstijlen zien.

  • Toont zich tijdens een gesprek zowel geïnteresseerd in de inhoud als in de persoon.
  • Laat verschillende gedragsstijlen zien (is soms meegaand, soms vasthoudend).

 

Niveau 2

Verdiept zich in de ander en past gedragsstijl aan om een doel te bereiken.

  • Schakelt bij weerstand of conflicten op de juiste momenten tussen de verschillende stijlen, bijvoorbeeld tussen confronteren of meebewegen.
  • Verdiept zich in de ander en kiest op basis hiervan een benadering om zaken gedaan te krijgen.

 

Niveau 3

Stimuleert anderen in de directe werkomgeving op effectieve wijze tussen gedragsstijlen te schakelen. Vertoont voorbeeldgedrag in situaties met weerstanden, conflicten en verschillen binnen groepen.

  • Geeft medewerkers/collega’s tips over hoe ze tijdens gesprekken effectief kunnen schakelen tussen bijvoorbeeld vragen stellen, informatie geven en adviseren.
  • Hanteert in het team/de groep verschillende stijlen, speelt effectief in op individuele team-/groepsleden en de dynamiek binnen de groep.

 

Niveau 4

Inspireert en faciliteert anderen ook buiten de directe werkomgeving om op effectieve wijze tussen gedragsstijlen te schakelen. Vertoont voorbeeldgedrag door in voorkomende situaties effectief te schakelen tussen gedragsstijlen.

  • Schept randvoorwaarden zodat medewerkers verschillende gedragsstijlen ontwikkelen en leren beheersen om anderen effectief te beïnvloeden.
  • Schakelt tussen verschillende gedragsstijlen (motiveren, overtuigen, sturen) om anderen in de organisatie of organisatieonderdelen op één lijn te krijgen.